De eerste bevindingen van onze dyslexiestudie zijn beschikbaar

Eindelijk zijn een aantal papers over ons dyslexieproject voor publicatie aanvaard (dit had wat meer voeten in de aarde dan verwacht, want blijkbaar hebben Engelstalige tijdschriften niet zoveel interesse voor bevindingen in het Nederlands).

In dit project werden de resultaten van 100 eerstejaarsstudenten met dyslexie in het hoger onderwijs vergeleken met die van 100 controles op een batterij van tests, om een volledig profiel te krijgen van de sterktes en zwaktes van studenten met dyslexie. De belangrijkste bevindingen zijn:

  • De studenten met dyslexie vertonen een patroon van resultaten dat volledig overeenstemt met de klassieke definitie van dyslexie: dezelfde vloeiende intelligentie, gecombineerd met ernstige tekorten op woorspelling, woord lezen en fonologische verwerking. In geen enkel opzicht werd de indruk gewekt dat deze studenten probeerden van hun diagnose gebruik te maken om andere zwaktes te compenseren (zoals al eens beweerd wordt).

  • De studenten met dyslexie hebben het ook iets moeilijker om verbale informatie uit hun langetermijngeheugen op te roepen. Hieronder vallen ook de eenvoudige rekenkundige operaties (tafels van optelling en vermenigvuldiging).

  • Omdat de problemen zo specifiek zijn, verkrijgt men geen verdere informatie meer nadat men drie tests afgenomen heeft (woordspelling, woordlezen en fonologisch bewustzijn). De resultaten op deze tests laten ons toe om 91% van de toekomstige studenten met zekerheid te diagnosticeren.

  • Het handschrift van onze studenten met dyslexie werd niet als minder net beoordeeld dan dat van de controlestudenten. Wel waren hun teksten iets minder gestructureerd, waardoor ze minder aangenaam waren om lezen. Wij denken dat dit iets is waar onderwijsondersteuning bij kan helpen.

  • Studenten met dyslexie geven dezelfde antwoorden op persoonlijkheidstests als studenten zonder dyslexie.

  • De resultaten op vijftig en meer tests kunnen samengevat worden door middel van 10 factoren. Studenten met dyslexie hebben lagere scores op 8 van deze factoren.

  • Studenten met dyslexie hebben geen slechtere metacognitie dan andere studenten. Ze weten even goed of ze een woord goed of verkeerd geschreven hebben; ze maken alleen meer schrijffouten.

Een volledige beschrijving van onze resultaten kan gevonden worden in (voorlopig wel nog in het Engels):

Callens, M., Tops, W., & Brysbaert, M. (2012). Cognitive profile of students who enter higher education with an indication of dyslexia. PLoS ONE 7. pdf

Tops, W., Callens, M., Lammertyn, J., Van Hees, V., & Brysbaert, M. (2012). Identifying students with dyslexia in higher education. Annals of Dyslexia, 62, 186-203. pdf

Tops, W., Callens, M., Bijn, E., & Brysbaert, M. (2013). Spelling in adolescents with dyslexia: Errors and modes of assessment. Journal of Learning Disabilities. pdf

Tops, W., Verguts, E., Callens, M., & Brysbaert, M. (2013). Do students with dyslexia have a different personality profile as measured with the Big Five? PLoS ONE 8(5): e64484. doi:10.1371/journal.pone.0064484. pdf

Callens, M., Tops, W., Stevens, M., & Brysbaert, M. (2014). An exploratory factor analysis of the cognitive functioning of first-year bachelor students with dyslexia. Annals of Dyslexia, 64, 91-119. pdf

Tops, W., Callens, M., Bijn, E., & Brysbaert, M. (2014). Spelling in Adolescents With Dyslexia Errors and Modes of Assessment. Journal of learning disabilities, 47(4), 295-306. pdf

Tops, W., Callens, M., Desoete, A., Stevens, M., & Brysbaert, M. (2014). Metacognition for spelling in higher education students with dyslexia: is there evidence for the dual burden hypothesis?. PloS One, 9(9), e106550. pdf

Comments are closed.